Regie op de overgang van ontwerp naar beheer
Bij grote infrastructurele projecten ligt de nadruk vaak op ontwerp en realisatie. Tegelijkertijd worden in die fase keuzes gemaakt die tientallen jaren invloed hebben op beheer, onderhoud en beschikbaarheid. De vraag is dan hoe de belangen van de toekomstige beheerder tijdig worden meegenomen in de besluitvorming.
Tijdens de voorbereiding van Zuidasdok kreeg de gemeente Amsterdam te maken met verschillende vraagstukken rond de Nieuwe Meer Schutsluis. Als regievoerder en ambtelijk opdrachtgever voor de civiele constructies vertegenwoordigde ik de belangen van de beheerorganisatie in de samenwerking met Zuidasdok, Rijkswaterstaat en de andere betrokken partijen.
Al snel bleek dat verschillende partijen vanuit een ander perspectief naar dezelfde opgave keken. Ontwerpers richtten zich vooral op de realisatie van nieuwe infrastructuur, terwijl de beheerorganisaties keken naar onderhoud, veiligheid, beschikbaarheid en de gevolgen voor de lange termijn.
Bij de beoordeling van het BIM-model leek het ontwerp op het eerste gezicht goed doordacht. Tijdens de presentatie vroeg een technisch adviseur uit mijn team:
Draai het model eens iets naar links.
Toen werd zichtbaar wat tot dan toe buiten beeld was gebleven: de rinket, een essentieel onderdeel van de schutsluis, was ingebouwd in de brugkelder. Zijn volgende vraag was eenvoudig:
Deze rinket moet voor onderhoud met een kraan ongeveer zes meter omhoog worden gehesen. Hoe denken jullie dat straks te doen?
Het bleef even stil.
In het ontwerp was de brugkelder van Rijkswaterstaat precies over de rinket heen gepositioneerd. Daardoor zou voor regulier onderhoud telkens toegang tot de beveiligde brugkelder moeten worden geregeld. Bovendien was er fysiek onvoldoende ruimte om de rinket ongeveer zes meter omhoog te hijsen. Dat was tijdens het ontwerp nog niet onderkend.
Even later volgde een tweede vraag:
Weten jullie dat onder deze nieuwe pijler een bestaand omloopriool ligt?
Ook dat bleek niet in het ontwerp te zijn meegenomen. De ontwerpdiscussie richtte zich vooral op de nieuwe bruggen en infrastructuur.
Deze vragen maakten duidelijk hoe belangrijk areaalkennis is bij grote infrastructurele projecten. Niet alleen voor de beheerorganisatie van Amsterdam, maar ook voor Rijkswaterstaat. Door die kennis al tijdens de ontwerpfase aan tafel te brengen, konden ontwerpkeuzes worden aangepast voordat de uitvoering begon.
De vragen tijdens de BIM-sessie bleven niet zonder gevolg. Ik heb gezorgd dat een ingenieursbureau onderzocht of de onderhoudsmethode voor de sluisdeuren kon worden aangepast. Tot dat moment werd ervan uitgegaan dat de deuren voor onderhoud rechtstandig uit de constructie moesten worden gehesen, maar door de uitbreiding van de bruggen door Zuidasdok was daarvoor onvoldoende ruimte.
Het ingenieursbureau werkte een alternatief uit waarbij de sluisdeuren eerst konden worden gekanteld en vervolgens op de kant konden worden gelegd. Daardoor was het niet langer nodig de deuren volledig omhoog te hijsen. Deze aanpassing maakte regulier onderhoud eenvoudiger en veiliger. Na overleg en onderhandeling zijn de benodigde ontwerpwijzigingen door Zuidasdok uitgevoerd en bekostigd.
De inzichten uit de ontwerpfase hadden ook gevolgen voor de samenwerking tussen de betrokken organisaties. Tijdens de beoordeling van de samenwerkingsovereenkomst bleek dat de belangen van de Nieuwe Meer Schutsluis daarin nauwelijks waren uitgewerkt. De aanname was dat de sluis niet werd geraakt en daarom geen afzonderlijke aandacht vroeg. Daardoor kwam de sluis hoegenaamd niet in de overeenkomst voor, behalve in de rol van Amsterdam als eigenaar van de sluis.
Op basis van de gesprekken met de beheerorganisaties heb ik gezorgd dat de samenwerkingsovereenkomst op verschillende onderdelen werd aangepast. Daardoor werden de belangen van de sluis explicieter vastgelegd en ontstond voor alle betrokken partijen meer duidelijkheid over de verantwoordelijkheden tijdens de realisatie en de periode daarna.
Wat deze opdracht laat zien
Ontwerp, beheer en bestuurlijke afspraken zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Door praktijkkennis al tijdens ontwerp en besluitvorming in te brengen en die te vertalen naar heldere afspraken tussen de betrokken organisaties, ontstond een oplossing die niet alleen technisch uitvoerbaar was, maar ook op de lange termijn beheersbaar bleef.
